Noodnummer 101

Ruiters en gespannen op de openbare weg

Hoe moet je reageren als je een ruiter tegenkomt op de openbare weg? Hoewel het verkeersreglement vrij duidelijk is over dit onderwerp, kennen veel weggebruikers het antwoord op deze vraag niet. Om het grote publiek aan te sporen meer rekening te houden met ruiter, leek het ons gepast om de belangrijkste regels terzake nog eens op en rijtje te zetten.

Voordat ze op de weg komen, moeten ruiters de specifieke gedragingen van hun paard kennen en hun rijdier helemaal onder controle hebben. Hiervoor kunnen ze lessen nemen bij een monitor in de manège. De andere weggebruikers moeten leren om zich gepast te gedragen in aanwezigheid van ruiters. Het meeste gevaar wordt immers veroorzaakt door paniekreacties van paarden…

Verplichtingen van de andere weggebruikers

Paarden hebben de neiging te vluchten als ze iets naderen dat in hun ogen gevaarlijk is. Dit zelbeschermingsinstinct is eigen aan alle dieren. Als het ene paard tekenen van angst vertoont, dan gaat het andere het imiteren. Omdat hun berijders hen beletten te vluchten, worden de paarden nog angstiger en bewegen ze bruusk in alle richtingen, of beginnen ze te steigeren. In het slechtste geval glijden of vallen de ruiters van de op hol geslagen paarden. Daarom hebben bestuurders bepaalde verplichtingen tegenover ruiters:

  • Elke bestuurder moet meteen vertragen wanneer hij trek-, last- en rijdieren of vee op de openbare weg nadert. Hij moest stoppen indien deze dieren tekenen van angst vertonen.* Het is verboden om door lawaai de dieren te doen schrikken het geluid mag de door het technisch reglement opgelegde grens niet overschrijden.
  • Bij het kruisen of het inhalen van paarden doen bestuurders er trouwens goed aan om een voldoende grote zijdelinge afstand te bewaren. Art. 45.5 verplicht bestuurders ook om de nodige maatregelen te nemen om te voorkomen dat de lading en al wat dient om de lading vast te maken, door lawaai de dieren zou doen schrikken.

Oorzaken van angst

Omdat hun ogen langs weerszijden van hun hoofd ingeplant zijn, hebben paarden een heel breed gezichtsveld. Een paard merkt bruuske bewegingen en andere bronnen van stress op, die zijn berijder volledig ontgaan.

Wat moet je doen?

  • Stop bij het geringste teken van angst.
  • Vertraag en hou voldoende afstand bij het kruisen of inhalen van een paard.
  • Vermijd iedere bruuske beweging in de omgeving of bij het naderen van een paard, zelfs al denk je dat je buiten het gezichtveld van het dier bent.
  • Loop of stap niet (verder) in de richting van de paarden.
  • Maak alles wat los hangt vast of hou het vast (bijvoorbeeld een dekzeil).
  • Hou honden aan de leiband.

Brommende of lawaaierige motoren, kreten, remgeluiden, claxongeluiden…allemaal kunnen ze paarden angstig maken.

Wat moet je doen?

  • Claxonneer in geen geval.
  • Maak geen of zo weinig mogelijk geluid. Roep niet en verhef evenmin je stem.
  • Zet de autoradio niet te luid.

Sommige bizarre, onbekende geluiden, bewegingen of objecten zoals treinen, trams, vrachtwagens, tractoren of landbouwkonvooien, draaimolens, rollers, tunnels of bruggen, grasmaaiers… kunnen angstaanjagend zijn voor paarden.

Paarden worden zenuwachtig als ze moeten stilstaan aan een kruispunt of aan verkeerslichten. Ze zijn kalmer tijdens het stappen of zelfs tijdens een lichte draf. Paarden worden niet graag afgezonderd of verwijderd van de rest van de groep.

Wat moet je doen?

  • Blijf kalm en wees geduldig.
  • Je eventuele angst voegt zich bij die van het paard.
  • Verminder of verwijder de angstbron.
  • Wettelijk gezien mag de groepsleider op een kruispunt alle paarden in één keer laten oversteken, tot de laatste ruiter voorbij is. Wacht tot alle diensten voorbij zijn, en rij pas dan zelf het kruispunt op.
  • Als verschillende paarden de rijstroken oversteken, moet je ze allemaal tegelijk laten oversteken. * Doorbreek nooit een groep paarden (ook niet wanneer er maar twee paarden zijn).

Het verkeersreglement voor ruiters

Op de openbare weg wordt een ruiter net als een automobilist of een fietser als een bestuurder aanzien. Hij moet zich bijgevolg aan alle voorschriften houden die van toepassing zijn op bestuurders. Als hij afstijgt en naast zijn rijdier stapt, blijft de ruiter een bestuurder zolang hij zich op de openbare weg bevindt.

Net als andere bestuurders moet hij voortdurend in staat zijn om alle nodige rijbewegingen uit te voeren. Hij moet dus zijn rijdier kunnen beheersen als het opgeschrikt wordt door bijvoorbeeld een vliegtuig, een vrachtwagen of het schijnsel van autoverlichting.

Ruiters moeten volgens de wet minimum 14 jaar zijn om op de openbare weg te mogen rijden. Deze leeftijd wordt echter teruggebracht naar 12 jaar, op voorwaarde dat men vergezeld is van een ruiter van ten minste 21 jaar oud. Bestuurders van gespannen moeten daarentegen minstens 16 jaar oud zijn.

Net als andere bestuurders moeten ruiters zo dicht mogelijk bij de rechterrand van de rijbaan blijven. De bestuurders van niet ingespannen trekdieren, van last-of rijdieren of van vee mogen, buiten de bebouwde kommen, de gelijkgrondse bermen volgen die rechts in hun richting liggen, op voorwaarde dat zijn de andere weggebruikers niet in gevaar brengen. Ruiters mogen op de rijbaan met twee vooraan rijden (NDVR: toch is het beter om in één rij achter elkaar te rijden), maar als er één ruiter op de gelijkgrondse berm rijdt, dan moeten alle anderen in één rij rijden.

Het verkeersreglement stelt dat fietspaden en trottoirs verboden terrein zijn voor ruiters. Er zijn bovendien bijzondere regels van toepassing voor wegen voor voetgangers, fietsers en ruiters.

Ruiters moeten een richtingsverandering aangeven met een armbeweging. Merk ook op dat het in bebouwde kommen verboden is om ingespannen of bereden dieren te laten galopperen.

Bijzondere regels voor ruiters in groep

Groepen van ten minste 10 ruiters mogen begeleid worden door een groepsleider die toeziet op het goede verloop van de tocht. Deze groepsleider moet ten minste 21 jaar oud zijn en om de linkerarm een band dragen met de nationale driekleur.

Op kruispunten waar het verkeer niet geregeld wordt door verkeerslichten, mag de groepsleider het verkeer in de dwarswegen stilleggen terwijl de groep oversteekt. Hiervoor moet hij een bord gebruiken met afbeelding van verkeersbord C3.

Verplichtingen voor gespannen

De wetgeving maakt op verschillende punten onderscheid tussen ruiters en de bestuurders van gespannen, ook menners genoemd. Zo mogen menners niet rijden:

  • Op wegen voorbehouden voor ruiters.
  • Met twee naast elkaar.
  • Op andere plaatsen dan de rijbaan.

Wettelijk gezien mag een gespan niet meer dan vier dieren achter elkaar bevatten, en mogen er maximum drie paarden naast elkaar lopen. Gespannen moeten vergezeld worden van voldoende begeleiders om het verkeer veilig te doen verlopen. Als de lading langer is dan 12 meter, moet er een begeleider te voet achter de lading stappen.

Bron: Via Secura nr. 71(Tijdschrift van de BIVV, 1/2006)